Misschien ben je zelf ook wel een beetje bang dat de pester jou ook gaat pesten. Toch is het belangrijk dat je wél wat doet. Want als niemand iets zegt, denkt de pester dat het normaal is wat hij of zij doet! Maar dat is het zeker niet! Hoe kun je elkaar of je klasgenootje helpen? Geef je klasgenootjes het gevoel dat hij of zij er niet alleen voor staat!

Tips om te helpen:

  • Elkaar groeten bij de deur.
  • Als je de klas binnenkomt: “Hoi” zeggen.
  • Aardig zijn tegen hem of haar.
  • Maak eens een praatje.
  • Loop of fiets eens samen op.
  • Vraag hem of haar mee te doen in een groepje.
  • Samen dingen doen en anderen laten merken dat jij wel met hem of haar wilt
  • samenwerken of samenspelen.
  • Niet mee lachen om stomme grappen.
  • Doe zelf nooit mee met het pesten.
  • Zeg tegen de pestkoppen dat ze moeten ophouden.
  • Vertel het aan je leerkracht.
  • Samen in de klas afspreken dat er niet gepest wordt.

***

Help! Ik word gepest…


Plagen en pesten. Wat is het verschil? Plagen gaat tussen twee mensen die elkaar aankunnen. Dan kun je je verdedigen als dat nodig is. Het geplaag duurt meestal kort en is vriendelijk of zelfs grappig bedoeld. Maar bij pesten heeft de pester alle macht! En dan kun jij je niet of moeilijk verdedigen. Pesten komt steeds weer terug en is bedoeld om te kwetsen. Als je wordt gepest kan dat je veranderen: je wordt onzeker, voelt je alleen. Daar is het pesters vaak juist om te doen. Zij pesten en jij verandert daardoor. Zo kunnen zij heel gemakkelijk doorgaan met pesten.

Kom voor jezelf op!
Probeer het de pesters zo moeilijk mogelijk te maken. Hoe? Kom voor jezelf op! Zeg dat het geen zin heeft om jou te pesten, want dat verandert echt niet hoe je eruit ziet of wie je bent. Zoek kinderen of mensen op die je kunnen helpen. Als je samen met anderen bent, geeft dat de pester minder macht.

Schrijf op wat je tegen de pester wilt zeggen
Als je even niet meer weet wat of hoe je iets moet zeggen, dan geeft dat niks. Vaak schiet je vlak erna iets te binnen wat je graag terug had willen zeggen. Dan je denk je bij jezelf: “Waarom heb ik dit net niet gezegd?” Schrijf het op en draag dat papiertje bij je. Zo maak je een lijstje met allemaal dingen die je kunt zeggen als er weer gepest wordt. Dan ben je als het ware ‘gewapend met woorden’.

Vertel het altijd aan je juf of meester
Vertel altijd je juf of meester dat je wordt gepest. Hij of zij zal proberen om dit op te lossen. Bijvoorbeeld door te praten met de pester, of zelfs met de hele klas. Mocht dit niet helpen en gaat het pesten gewoon door, zeg dit dan steeds weer tegen de juf of meester! Hij/zij kan soms niet zien of merken dat het pesten nog doorgaat. Dus vertel het iedere keer. Alleen dan kan je juf of meester jou helpen.

Vertel het ook altijd aan je ouders
Vraag ook altijd je ouders of zij je kunnen helpen. Misschien dat je ouders vroeger ook zoiets hebben meegemaakt. En dat ze daardoor goede tips voor je hebben… Ook kunnen ze je troosten als het even tegenzit. Even je verhaal kwijt kunnen, kan al een verschil maken.

Schrijf je verhaal op in een dagboek
Als er even niemand is om je verhaal aan te vertellen, dan kun je ook alles van je af schrijven. Houd een dagboek bij. Beschrijf elke keer wat er gebeurd is, hoe jij reageerde op het pesten, hoe andere klasgenoten reageerden en hoe je je voelde toen er gepest werd. Zo’n dagboek is ook handig als je met je ouders of leerkracht wilt praten, maar de woorden niet willen komen. Geef hen dan het dagboek of een deel ervan. Vergeet niet om ook de leuke dingen op te schrijven. Gebruik bijvoorbeeld twee kleuren. Dan kun je in één keer zien of het een heel vervelende dagwas. Of dat er ook een paar leuke momenten waren. Misschien is het zelfs best goed gegaan die dag!

Als je ook de leuke dingen opschrijft, weet je dat het leven nog steeds leuk kan zijn!